Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

smelten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: smelten
Synoniemen: ineen vloeien, oplossen, overvloeien, slinken, verweken, ontdooien, , versmelten, wegdooien

DE: das Schmelzen, das Abtauen
EN: the defrosting, the thawing, the melting
ES: el deshielo, la descongelación
FR: le dégel, la fonte

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gesmolten
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik smelt
jij smelt
hij smelt
wij smelten
jullie smelten
zij smelten
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gesmolten
jij hebt gesmolten
hij heeft gesmolten
wij hebben gesmolten
jullie hebben gesmolten
zij hebben gesmolten
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik smolt
jij smolt
hij smolt
wij smolten
jullie smolten
zij smolten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gesmolten
jij had gesmolten
hij had gesmolten
wij hadden gesmolten
jullie hadden gesmolten
zij hadden gesmolten
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal smelten
jij zult smelten
hij zal smelten
wij zullen smelten
jullie zullen smelten
zij zullen smelten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gesmolten hebben
jij zult gesmolten hebben
hij zal gesmolten hebben
wij zullen gesmolten hebben
jullie zullen gesmolten hebben
zij zullen gesmolten hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou smelten
jij zou smelten
hij zou smelten
wij zouden smelten
jullie zouden smelten
zij zouden smelten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gesmolten hebben
jij zou gesmolten hebben
hij zou gesmolten hebben
wij zouden gesmolten hebben
jullie zouden gesmolten hebben
zij zouden gesmolten hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
smelt

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/smelten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English