NL: smekenSynoniemen: bidden, verzoeken, vragen, gesmeek,
DE: bitten, beantragen, ersuchen, beten, anfragen, flehen, betteln, ansuchen
EN: beg, appeal, request, plead, pray, query, beseech, implore, ask
ES: rogar, suplicar
FR: prier, supplier, implorer, conjurer, adjurer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesmeekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik smeek jij smeekt hij smeekt wij smeken jullie smeken zij smeken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesmeekt jij hebt gesmeekt hij heeft gesmeekt wij hebben gesmeekt jullie hebben gesmeekt zij hebben gesmeekt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik smeekte jij smeekte hij smeekte wij smeekten jullie smeekten zij smeekten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesmeekt jij had gesmeekt hij had gesmeekt wij hadden gesmeekt jullie hadden gesmeekt zij hadden gesmeekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal smeken jij zult smeken hij zal smeken wij zullen smeken jullie zullen smeken zij zullen smeken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesmeekt hebben jij zult gesmeekt hebben hij zal gesmeekt hebben wij zullen gesmeekt hebben jullie zullen gesmeekt hebben zij zullen gesmeekt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou smeken jij zou smeken hij zou smeken wij zouden smeken jullie zouden smeken zij zouden smeken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesmeekt hebben jij zou gesmeekt hebben hij zou gesmeekt hebben wij zouden gesmeekt hebben jullie zouden gesmeekt hebben zij zouden gesmeekt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
smeek
|