NL: smakkenSynoniemen: gooien, klappen, neerkwakken, slobberen, knallen, smijten, opschrokken, snorren, slingeren, kletteren, kwakken
DE: schmatzen, schmatzen beim Essen
EN: eat noisily, smack
ES: hacer ruidos al comer
FR: faire du bruit en mangeant, s'en lécher les babines
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesmakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik smak jij smakt hij smakt wij smakken jullie smakken zij smakken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesmakt jij hebt gesmakt hij heeft gesmakt wij hebben gesmakt jullie hebben gesmakt zij hebben gesmakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik smakte jij smakte hij smakte wij smakten jullie smakten zij smakten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesmakt jij had gesmakt hij had gesmakt wij hadden gesmakt jullie hadden gesmakt zij hadden gesmakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal smakken jij zult smakken hij zal smakken wij zullen smakken jullie zullen smakken zij zullen smakken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesmakt hebben jij zult gesmakt hebben hij zal gesmakt hebben wij zullen gesmakt hebben jullie zullen gesmakt hebben zij zullen gesmakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou smakken jij zou smakken hij zou smakken wij zouden smakken jullie zouden smakken zij zouden smakken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesmakt hebben jij zou gesmakt hebben hij zou gesmakt hebben wij zouden gesmakt hebben jullie zouden gesmakt hebben zij zouden gesmakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
smak
|