NL: slurpenSynoniemen: lebberen, zuigen, slorpen, resorberen, opslurpen, opslorpen, lurken
DE: schlürfen
EN: slurp
ES: beberse algo haciendo ruidos
FR: faire du bruit en buvant, boire en faisant du bruit
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geslurpt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik slurp jij slurpt hij slurpt wij slurpen jullie slurpen zij slurpen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geslurpt jij hebt geslurpt hij heeft geslurpt wij hebben geslurpt jullie hebben geslurpt zij hebben geslurpt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik slurpte jij slurpte hij slurpte wij slurpten jullie slurpten zij slurpten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geslurpt jij had geslurpt hij had geslurpt wij hadden geslurpt jullie hadden geslurpt zij hadden geslurpt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal slurpen jij zult slurpen hij zal slurpen wij zullen slurpen jullie zullen slurpen zij zullen slurpen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geslurpt hebben jij zult geslurpt hebben hij zal geslurpt hebben wij zullen geslurpt hebben jullie zullen geslurpt hebben zij zullen geslurpt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou slurpen jij zou slurpen hij zou slurpen wij zouden slurpen jullie zouden slurpen zij zouden slurpen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geslurpt hebben jij zou geslurpt hebben hij zou geslurpt hebben wij zouden geslurpt hebben jullie zouden geslurpt hebben zij zouden geslurpt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
slurp
|