NL: slavenSynoniemen: ploeteren, lijfeigenen
EN: the slaves
ES: el esclavos
FR: le esclaves, la serves, le serfs
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geslaafd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik slaaf jij slaaft hij slaaft wij slaven jullie slaven zij slaven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geslaafd jij hebt geslaafd hij heeft geslaafd wij hebben geslaafd jullie hebben geslaafd zij hebben geslaafd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik slaafde jij slaafde hij slaafde wij slaafden jullie slaafden zij slaafden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geslaafd jij had geslaafd hij had geslaafd wij hadden geslaafd jullie hadden geslaafd zij hadden geslaafd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal slaven jij zult slaven hij zal slaven wij zullen slaven jullie zullen slaven zij zullen slaven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geslaafd hebben jij zult geslaafd hebben hij zal geslaafd hebben wij zullen geslaafd hebben jullie zullen geslaafd hebben zij zullen geslaafd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou slaven jij zou slaven hij zou slaven wij zouden slaven jullie zouden slaven zij zouden slaven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geslaafd hebben jij zou geslaafd hebben hij zou geslaafd hebben wij zouden geslaafd hebben jullie zouden geslaafd hebben zij zouden geslaafd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
slaaf
|