NL: slachtofferen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geslachtofferd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik slachtoffer jij slachtoffert hij slachtoffert wij slachtofferen jullie slachtofferen zij slachtofferen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geslachtofferd jij hebt geslachtofferd hij heeft geslachtofferd wij hebben geslachtofferd jullie hebben geslachtofferd zij hebben geslachtofferd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik slachtofferde jij slachtofferde hij slachtofferde wij slachtofferden jullie slachtofferden zij slachtofferden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geslachtofferd jij had geslachtofferd hij had geslachtofferd wij hadden geslachtofferd jullie hadden geslachtofferd zij hadden geslachtofferd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal slachtofferen jij zult slachtofferen hij zal slachtofferen wij zullen slachtofferen jullie zullen slachtofferen zij zullen slachtofferen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geslachtofferd hebben jij zult geslachtofferd hebben hij zal geslachtofferd hebben wij zullen geslachtofferd hebben jullie zullen geslachtofferd hebben zij zullen geslachtofferd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou slachtofferen jij zou slachtofferen hij zou slachtofferen wij zouden slachtofferen jullie zouden slachtofferen zij zouden slachtofferen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geslachtofferd hebben jij zou geslachtofferd hebben hij zou geslachtofferd hebben wij zouden geslachtofferd hebben jullie zouden geslachtofferd hebben zij zouden geslachtofferd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
slachtoffer
|