NL: slaapwandelenSynoniemen: somnambulisme
DE: schlafwandeln
EN: walk in one's sleep
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geslaapwandeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik slaapwandel jij slaapwandelt hij slaapwandelt wij slaapwandelen jullie slaapwandelen zij slaapwandelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geslaapwandeld jij hebt geslaapwandeld hij heeft geslaapwandeld wij hebben geslaapwandeld jullie hebben geslaapwandeld zij hebben geslaapwandeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik slaapwandelde jij slaapwandelde hij slaapwandelde wij slaapwandelden jullie slaapwandelden zij slaapwandelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geslaapwandeld jij had geslaapwandeld hij had geslaapwandeld wij hadden geslaapwandeld jullie hadden geslaapwandeld zij hadden geslaapwandeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal slaapwandelen jij zult slaapwandelen hij zal slaapwandelen wij zullen slaapwandelen jullie zullen slaapwandelen zij zullen slaapwandelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geslaapwandeld hebben jij zult geslaapwandeld hebben hij zal geslaapwandeld hebben wij zullen geslaapwandeld hebben jullie zullen geslaapwandeld hebben zij zullen geslaapwandeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou slaapwandelen jij zou slaapwandelen hij zou slaapwandelen wij zouden slaapwandelen jullie zouden slaapwandelen zij zouden slaapwandelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geslaapwandeld hebben jij zou geslaapwandeld hebben hij zou geslaapwandeld hebben wij zouden geslaapwandeld hebben jullie zouden geslaapwandeld hebben zij zouden geslaapwandeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
slaapwandel
|