NL: sjouwenSynoniemen: dragen, meeslepen, ploeteren, zeulen, torsen
DE: schleppen, tragen, wuchten
EN: drag, carry, carry along
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesjouwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sjouw jij sjouwt hij sjouwt wij sjouwen jullie sjouwen zij sjouwen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesjouwd jij hebt gesjouwd hij heeft gesjouwd wij hebben gesjouwd jullie hebben gesjouwd zij hebben gesjouwd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sjouwde jij sjouwde hij sjouwde wij sjouwden jullie sjouwden zij sjouwden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesjouwd jij had gesjouwd hij had gesjouwd wij hadden gesjouwd jullie hadden gesjouwd zij hadden gesjouwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal sjouwen jij zult sjouwen hij zal sjouwen wij zullen sjouwen jullie zullen sjouwen zij zullen sjouwen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesjouwd hebben jij zult gesjouwd hebben hij zal gesjouwd hebben wij zullen gesjouwd hebben jullie zullen gesjouwd hebben zij zullen gesjouwd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou sjouwen jij zou sjouwen hij zou sjouwen wij zouden sjouwen jullie zouden sjouwen zij zouden sjouwen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesjouwd hebben jij zou gesjouwd hebben hij zou gesjouwd hebben wij zouden gesjouwd hebben jullie zouden gesjouwd hebben zij zouden gesjouwd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sjouw
|