NL: sjansenSynoniemen: flirten, lonken
DE: flirten, schäkern
EN: dally, flirt
ES: echar ojeadas, coquetear, flirtear
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesjanst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sjans jij sjanst hij sjanst wij sjansen jullie sjansen zij sjansen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesjanst jij hebt gesjanst hij heeft gesjanst wij hebben gesjanst jullie hebben gesjanst zij hebben gesjanst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sjanste jij sjanste hij sjanste wij sjansten jullie sjansten zij sjansten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesjanst jij had gesjanst hij had gesjanst wij hadden gesjanst jullie hadden gesjanst zij hadden gesjanst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal sjansen jij zult sjansen hij zal sjansen wij zullen sjansen jullie zullen sjansen zij zullen sjansen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesjanst hebben jij zult gesjanst hebben hij zal gesjanst hebben wij zullen gesjanst hebben jullie zullen gesjanst hebben zij zullen gesjanst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou sjansen jij zou sjansen hij zou sjansen wij zouden sjansen jullie zouden sjansen zij zouden sjansen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesjanst hebben jij zou gesjanst hebben hij zou gesjanst hebben wij zouden gesjanst hebben jullie zouden gesjanst hebben zij zouden gesjanst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sjans
|