NL: situerenSynoniemen: geplaatst, plaatsen
DE: hinstellen, installieren, einordnen, gruppieren, räumlich anordnen
EN: situate, place, locate, set, post, station, put
ES: situar, colocar, desarrollarse
FR: se situer, se dérouler, avoir lieu
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesitueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik situeer jij situeert hij situeert wij situeren jullie situeren zij situeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesitueerd jij hebt gesitueerd hij heeft gesitueerd wij hebben gesitueerd jullie hebben gesitueerd zij hebben gesitueerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik situeerde jij situeerde hij situeerde wij situeerden jullie situeerden zij situeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesitueerd jij had gesitueerd hij had gesitueerd wij hadden gesitueerd jullie hadden gesitueerd zij hadden gesitueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal situeren jij zult situeren hij zal situeren wij zullen situeren jullie zullen situeren zij zullen situeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesitueerd hebben jij zult gesitueerd hebben hij zal gesitueerd hebben wij zullen gesitueerd hebben jullie zullen gesitueerd hebben zij zullen gesitueerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou situeren jij zou situeren hij zou situeren wij zouden situeren jullie zouden situeren zij zouden situeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesitueerd hebben jij zou gesitueerd hebben hij zou gesitueerd hebben wij zouden gesitueerd hebben jullie zouden gesitueerd hebben zij zouden gesitueerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
situeer
|