Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

situeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: situeren
Synoniemen: geplaatst, plaatsen

DE: hinstellen, installieren, einordnen, gruppieren, räumlich anordnen
EN: situate, place, locate, set, post, station, put
ES: situar, colocar, desarrollarse
FR: se situer, se dérouler, avoir lieu

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gesitueerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik situeer
jij situeert
hij situeert
wij situeren
jullie situeren
zij situeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gesitueerd
jij hebt gesitueerd
hij heeft gesitueerd
wij hebben gesitueerd
jullie hebben gesitueerd
zij hebben gesitueerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik situeerde
jij situeerde
hij situeerde
wij situeerden
jullie situeerden
zij situeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gesitueerd
jij had gesitueerd
hij had gesitueerd
wij hadden gesitueerd
jullie hadden gesitueerd
zij hadden gesitueerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal situeren
jij zult situeren
hij zal situeren
wij zullen situeren
jullie zullen situeren
zij zullen situeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gesitueerd hebben
jij zult gesitueerd hebben
hij zal gesitueerd hebben
wij zullen gesitueerd hebben
jullie zullen gesitueerd hebben
zij zullen gesitueerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou situeren
jij zou situeren
hij zou situeren
wij zouden situeren
jullie zouden situeren
zij zouden situeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gesitueerd hebben
jij zou gesitueerd hebben
hij zou gesitueerd hebben
wij zouden gesitueerd hebben
jullie zouden gesitueerd hebben
zij zouden gesitueerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
situeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/situeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English