Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

simuleren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: simuleren
Synoniemen: imiteren, spelen, voorwenden, veinzen, fingeren

DE: simuleren (fingeren): simulieren, sichverstellen, spielen, erfinden, vorgeben, vortäuschen, vormachen, erdichten, heucheln, vortun
EN: simuleren (fingeren): feign, simulate, pretend, do as if
FR: simuleren (fingeren): feindre, simuler, prétendre, prétexter, faire semblant, faire l'hypocrite

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gesimuleerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik simuleer
jij simuleert
hij simuleert
wij simuleren
jullie simuleren
zij simuleren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gesimuleerd
jij hebt gesimuleerd
hij heeft gesimuleerd
wij hebben gesimuleerd
jullie hebben gesimuleerd
zij hebben gesimuleerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik simuleerde
jij simuleerde
hij simuleerde
wij simuleerden
jullie simuleerden
zij simuleerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gesimuleerd
jij had gesimuleerd
hij had gesimuleerd
wij hadden gesimuleerd
jullie hadden gesimuleerd
zij hadden gesimuleerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal simuleren
jij zult simuleren
hij zal simuleren
wij zullen simuleren
jullie zullen simuleren
zij zullen simuleren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gesimuleerd hebben
jij zult gesimuleerd hebben
hij zal gesimuleerd hebben
wij zullen gesimuleerd hebben
jullie zullen gesimuleerd hebben
zij zullen gesimuleerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou simuleren
jij zou simuleren
hij zou simuleren
wij zouden simuleren
jullie zouden simuleren
zij zouden simuleren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gesimuleerd hebben
jij zou gesimuleerd hebben
hij zou gesimuleerd hebben
wij zouden gesimuleerd hebben
jullie zouden gesimuleerd hebben
zij zouden gesimuleerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
simuleer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/simuleren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English