NL: signalerenSynoniemen: aanwijzen, bemerken, opmerken, waarnemen, zien, voelen, observeren, merken, horen, gewaarworden, gadeslaan, bekijken
DE: signaleren (bemerken): bemerken, wahrnehmen, merken, spüren, signalisieren, feststellen
EN: signaleren (bemerken): notice, observe, signal
ES: signaleren (bemerken): constatar, advertir, darse cuenta de, señalar, notar, distinguir, observar, percibir, percatarse de
FR: signaleren (bemerken): apercevoir, remarquer, constater, signaler, se rendre compte de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesignaleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik signaleer jij signaleert hij signaleert wij signaleren jullie signaleren zij signaleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesignaleerd jij hebt gesignaleerd hij heeft gesignaleerd wij hebben gesignaleerd jullie hebben gesignaleerd zij hebben gesignaleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik signaleerde jij signaleerde hij signaleerde wij signaleerden jullie signaleerden zij signaleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesignaleerd jij had gesignaleerd hij had gesignaleerd wij hadden gesignaleerd jullie hadden gesignaleerd zij hadden gesignaleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal signaleren jij zult signaleren hij zal signaleren wij zullen signaleren jullie zullen signaleren zij zullen signaleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesignaleerd hebben jij zult gesignaleerd hebben hij zal gesignaleerd hebben wij zullen gesignaleerd hebben jullie zullen gesignaleerd hebben zij zullen gesignaleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou signaleren jij zou signaleren hij zou signaleren wij zouden signaleren jullie zouden signaleren zij zouden signaleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesignaleerd hebben jij zou gesignaleerd hebben hij zou gesignaleerd hebben wij zouden gesignaleerd hebben jullie zouden gesignaleerd hebben zij zouden gesignaleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
signaleer
|