Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

shamponeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: shamponeren
Synoniemen: shampooën

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geshamponeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik shamponeer
jij shamponeert
hij shamponeert
wij shamponeren
jullie shamponeren
zij shamponeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geshamponeerd
jij hebt geshamponeerd
hij heeft geshamponeerd
wij hebben geshamponeerd
jullie hebben geshamponeerd
zij hebben geshamponeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik shamponeerde
jij shamponeerde
hij shamponeerde
wij shamponeerden
jullie shamponeerden
zij shamponeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geshamponeerd
jij had geshamponeerd
hij had geshamponeerd
wij hadden geshamponeerd
jullie hadden geshamponeerd
zij hadden geshamponeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal shamponeren
jij zult shamponeren
hij zal shamponeren
wij zullen shamponeren
jullie zullen shamponeren
zij zullen shamponeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geshamponeerd hebben
jij zult geshamponeerd hebben
hij zal geshamponeerd hebben
wij zullen geshamponeerd hebben
jullie zullen geshamponeerd hebben
zij zullen geshamponeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou shamponeren
jij zou shamponeren
hij zou shamponeren
wij zouden shamponeren
jullie zouden shamponeren
zij zouden shamponeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geshamponeerd hebben
jij zou geshamponeerd hebben
hij zou geshamponeerd hebben
wij zouden geshamponeerd hebben
jullie zouden geshamponeerd hebben
zij zouden geshamponeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
shamponeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/shamponeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English