NL: settelenSynoniemen: koloniseren, vestigen
DE: besiedeln, urbarmachen, kolonisieren
EN: establish, settle, colonize, found, open up, develop, prospect, lay the foundations, ground, scan, explore
FR: fonder, établir, se nicher, coloniser, s'installer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesetteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik settel jij settelt hij settelt wij settelen jullie settelen zij settelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesetteld jij hebt gesetteld hij heeft gesetteld wij hebben gesetteld jullie hebben gesetteld zij hebben gesetteld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik settelde jij settelde hij settelde wij settelden jullie settelden zij settelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesetteld jij had gesetteld hij had gesetteld wij hadden gesetteld jullie hadden gesetteld zij hadden gesetteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal settelen jij zult settelen hij zal settelen wij zullen settelen jullie zullen settelen zij zullen settelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesetteld hebben jij zult gesetteld hebben hij zal gesetteld hebben wij zullen gesetteld hebben jullie zullen gesetteld hebben zij zullen gesetteld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou settelen jij zou settelen hij zou settelen wij zouden settelen jullie zouden settelen zij zouden settelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesetteld hebben jij zou gesetteld hebben hij zou gesetteld hebben wij zouden gesetteld hebben jullie zouden gesetteld hebben zij zouden gesetteld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
settel
|