NL: seinenSynoniemen: berichten, telegraferen
DE: seinen (signalen geven): senden, telegrafieren, Signale geben
EN: seinen (signalen geven): signal, make a signal
ES: seinen (signalen geven): señalar, dar señales
FR: seinen (signalen geven): signaler, câbler, télégraphier, faire des signaux
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geseind
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sein jij seint hij seint wij seinen jullie seinen zij seinen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geseind jij hebt geseind hij heeft geseind wij hebben geseind jullie hebben geseind zij hebben geseind
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik seinde jij seinde hij seinde wij seinden jullie seinden zij seinden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geseind jij had geseind hij had geseind wij hadden geseind jullie hadden geseind zij hadden geseind
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal seinen jij zult seinen hij zal seinen wij zullen seinen jullie zullen seinen zij zullen seinen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geseind hebben jij zult geseind hebben hij zal geseind hebben wij zullen geseind hebben jullie zullen geseind hebben zij zullen geseind hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou seinen jij zou seinen hij zou seinen wij zouden seinen jullie zouden seinen zij zouden seinen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geseind hebben jij zou geseind hebben hij zou geseind hebben wij zouden geseind hebben jullie zouden geseind hebben zij zouden geseind hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sein
|