NL: segregeren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesegregeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik segregeer jij segregeert hij segregeert wij segregeren jullie segregeren zij segregeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesegregeerd jij hebt gesegregeerd hij heeft gesegregeerd wij hebben gesegregeerd jullie hebben gesegregeerd zij hebben gesegregeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik segregeerde jij segregeerde hij segregeerde wij segregeerden jullie segregeerden zij segregeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesegregeerd jij had gesegregeerd hij had gesegregeerd wij hadden gesegregeerd jullie hadden gesegregeerd zij hadden gesegregeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal segregeren jij zult segregeren hij zal segregeren wij zullen segregeren jullie zullen segregeren zij zullen segregeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesegregeerd hebben jij zult gesegregeerd hebben hij zal gesegregeerd hebben wij zullen gesegregeerd hebben jullie zullen gesegregeerd hebben zij zullen gesegregeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou segregeren jij zou segregeren hij zou segregeren wij zouden segregeren jullie zouden segregeren zij zouden segregeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesegregeerd hebben jij zou gesegregeerd hebben hij zou gesegregeerd hebben wij zouden gesegregeerd hebben jullie zouden gesegregeerd hebben zij zouden gesegregeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
segregeer
|