NL: schuilgaanSynoniemen: schuilen, verdwijnen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
schuilgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ga schuil jij gaat schuil hij gaat schuil wij gaan schuil jullie gaan schuil zij gaan schuil
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben schuilgegaan jij bent schuilgegaan hij is schuilgegaan wij zijn schuilgegaan jullie zijn schuilgegaan zij zijn schuilgegaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ging schuil jij ging schuil hij ging schuil wij gingen schuil jullie gingen schuil zij gingen schuil
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was schuilgegaan jij was schuilgegaan hij was schuilgegaan wij waren schuilgegaan jullie waren schuilgegaan zij waren schuilgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal schuilgaan jij zult schuilgaan hij zal schuilgaan wij zullen schuilgaan jullie zullen schuilgaan zij zullen schuilgaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal schuilgegaan zijn jij zult schuilgegaan zijn hij zal schuilgegaan zijn wij zullen schuilgegaan zijn jullie zullen schuilgegaan zijn zij zullen schuilgegaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou schuilgaan jij zou schuilgaan hij zou schuilgaan wij zouden schuilgaan jullie zouden schuilgaan zij zouden schuilgaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou schuilgegaan zijn jij zou schuilgegaan zijn hij zou schuilgegaan zijn wij zouden schuilgegaan zijn jullie zouden schuilgegaan zijn zij zouden schuilgegaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ga schuil
|