Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

schreien vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: schreien

NL: schreien
Synoniemen: brullen, het uitgillen, uitroepen, uitschreeuwen

DE: ausrufen, aufschreien, rufen, brüllen, gellen, grölen, johlen, kreischen, wettern
EN: shriek, shout, bellow, roar, scream, yell, cry out

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geschreid
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik schrei
jij schreit
hij schreit
wij schreien
jullie schreien
zij schreien
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geschreid
jij hebt geschreid
hij heeft geschreid
wij hebben geschreid
jullie hebben geschreid
zij hebben geschreid
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik schreide
jij schreide
hij schreide
wij schreiden
jullie schreiden
zij schreiden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geschreid
jij had geschreid
hij had geschreid
wij hadden geschreid
jullie hadden geschreid
zij hadden geschreid
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal schreien
jij zult schreien
hij zal schreien
wij zullen schreien
jullie zullen schreien
zij zullen schreien
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geschreid hebben
jij zult geschreid hebben
hij zal geschreid hebben
wij zullen geschreid hebben
jullie zullen geschreid hebben
zij zullen geschreid hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou schreien
jij zou schreien
hij zou schreien
wij zouden schreien
jullie zouden schreien
zij zouden schreien
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geschreid hebben
jij zou geschreid hebben
hij zou geschreid hebben
wij zouden geschreid hebben
jullie zouden geschreid hebben
zij zouden geschreid hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
schrei


DE: schreien
Synoniemen: ausrufen, aufschreien, rufen, brüllen, gellen, grölen, johlen, kreischen, wettern

NL: brullen, het uitgillen, uitroepen, uitschreeuwen
EN: shriek, shout, bellow, roar, scream, yell, cry out
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
geschrieen; geschrien
schreiend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich schreie
du schreist
er schreit
wir schreien
ihr schreit
sie; Sie schreien
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe geschrieen; geschrien
du hast geschrieen; geschrien
er hat geschrieen; geschrien
wir haben geschrieen; geschrien
ihr habt geschrieen; geschrien
sie; Sie haben geschrieen; geschrien
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich schrie
du schriest
er schrie
wir schrien
ihr schriet
sie; Sie schrien
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich war geschrieen; geschrien
du hattest geschrieen; geschrien
er hatte geschrieen; geschrien
wir hatten geschrieen; geschrien
ihr hattet geschrieen; geschrien
sie; Sie hatten geschrieen; geschrien
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde schreien
du wirst schreien
er wird schreien
wir werden schreien
ihr werdet schreien
sie; Sie werden schreien
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde geschrieen; geschrien sein
du wirst geschrieen; geschrien haben
er wird geschrieen; geschrien haben
wir werden geschrieen; geschrien haben
ihr werdet geschrieen; geschrien haben
sie; Sie werden geschrieen; geschrien haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich schreie
du schreiest
er schreie
wir schreien
ihr schreiet
sie; Sie schreien
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich sei geschrieen; geschrien
du habest geschrieen; geschrien
er habe geschrieen; geschrien
wir haben geschrieen; geschrien
ihr habet geschrieen; geschrien
sie; Sie haben geschrieen; geschrien
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich schrie
du schriest
er schrie
wir schrien
ihr schriet
sie; Sie schrien
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte geschrieen; geschrien
du hättest geschrieen; geschrien
er hätte geschrieen; geschrien
wir hätten geschrieen; geschrien
ihr hättet geschrieen; geschrien
sie; Sie hätten geschrieen; geschrien
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde schreien
du würdest schreien
er würde schreien
wir würden schreien
ihr würdet schreien
sie; Sie würden schreien
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde geschrieen; geschrien sein
du würdest geschrieen; geschrien haben
er würde geschrieen; geschrien haben
wir würden geschrieen; geschrien haben
ihr würdet geschrieen; geschrien haben
sie; Sie würden geschrieen; geschrien haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du schreie

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/schreien

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English