NL: schreeuwenSynoniemen: blèren, blaffen, brullen, bulderen, fulmineren, krijsen, gillen, roepen, kreten, daveren, razen
DE: schreien, plärren
EN: scream, shriek, screech, squawk, cry, yell
FR: crier, gueuler, hurler, tempéter, braire, fulminer, criailler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geschreeuwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schreeuw jij schreeuwt hij schreeuwt wij schreeuwen jullie schreeuwen zij schreeuwen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geschreeuwd jij hebt geschreeuwd hij heeft geschreeuwd wij hebben geschreeuwd jullie hebben geschreeuwd zij hebben geschreeuwd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schreeuwde jij schreeuwde hij schreeuwde wij schreeuwden jullie schreeuwden zij schreeuwden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geschreeuwd jij had geschreeuwd hij had geschreeuwd wij hadden geschreeuwd jullie hadden geschreeuwd zij hadden geschreeuwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal schreeuwen jij zult schreeuwen hij zal schreeuwen wij zullen schreeuwen jullie zullen schreeuwen zij zullen schreeuwen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geschreeuwd hebben jij zult geschreeuwd hebben hij zal geschreeuwd hebben wij zullen geschreeuwd hebben jullie zullen geschreeuwd hebben zij zullen geschreeuwd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou schreeuwen jij zou schreeuwen hij zou schreeuwen wij zouden schreeuwen jullie zouden schreeuwen zij zouden schreeuwen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geschreeuwd hebben jij zou geschreeuwd hebben hij zou geschreeuwd hebben wij zouden geschreeuwd hebben jullie zouden geschreeuwd hebben zij zouden geschreeuwd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schreeuw
|