NL: schofferenSynoniemen: beledigen, onteren
EN: desecrate, violate
FR: offenser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geschoffeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schoffeer jij schoffeert hij schoffeert wij schofferen jullie schofferen zij schofferen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geschoffeerd jij hebt geschoffeerd hij heeft geschoffeerd wij hebben geschoffeerd jullie hebben geschoffeerd zij hebben geschoffeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schoffeerde jij schoffeerde hij schoffeerde wij schoffeerden jullie schoffeerden zij schoffeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geschoffeerd jij had geschoffeerd hij had geschoffeerd wij hadden geschoffeerd jullie hadden geschoffeerd zij hadden geschoffeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal schofferen jij zult schofferen hij zal schofferen wij zullen schofferen jullie zullen schofferen zij zullen schofferen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geschoffeerd hebben jij zult geschoffeerd hebben hij zal geschoffeerd hebben wij zullen geschoffeerd hebben jullie zullen geschoffeerd hebben zij zullen geschoffeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou schofferen jij zou schofferen hij zou schofferen wij zouden schofferen jullie zouden schofferen zij zouden schofferen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geschoffeerd hebben jij zou geschoffeerd hebben hij zou geschoffeerd hebben wij zouden geschoffeerd hebben jullie zouden geschoffeerd hebben zij zouden geschoffeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schoffeer
|