Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

schimmelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: schimmelen
Synoniemen: beschimmelen, verschimmelen

DE: verschimmeln
EN: become affected with mildew, mould, rot away, become mouldy, grow mouldy, get mouldy
ES: enmohecerse
FR: pourrir, moisir

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geschimmeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik schimmel
jij schimmelt
hij schimmelt
wij schimmelen
jullie schimmelen
zij schimmelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geschimmeld
jij hebt geschimmeld
hij heeft geschimmeld
wij hebben geschimmeld
jullie hebben geschimmeld
zij hebben geschimmeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik schimmelde
jij schimmelde
hij schimmelde
wij schimmelden
jullie schimmelden
zij schimmelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geschimmeld
jij had geschimmeld
hij had geschimmeld
wij hadden geschimmeld
jullie hadden geschimmeld
zij hadden geschimmeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal schimmelen
jij zult schimmelen
hij zal schimmelen
wij zullen schimmelen
jullie zullen schimmelen
zij zullen schimmelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geschimmeld hebben
jij zult geschimmeld hebben
hij zal geschimmeld hebben
wij zullen geschimmeld hebben
jullie zullen geschimmeld hebben
zij zullen geschimmeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou schimmelen
jij zou schimmelen
hij zou schimmelen
wij zouden schimmelen
jullie zouden schimmelen
zij zouden schimmelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geschimmeld hebben
jij zou geschimmeld hebben
hij zou geschimmeld hebben
wij zouden geschimmeld hebben
jullie zouden geschimmeld hebben
zij zouden geschimmeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
schimmel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/schimmelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English