NL: schilderenSynoniemen: afschilderen, beschilderen, portretteren, verven, tekenen, afbeelden, lakken
DE: das Anstreichen, das Malen
EN: the painting
ES: la pintura
FR: la peinture
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geschilderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schilder jij schildert hij schildert wij schilderen jullie schilderen zij schilderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geschilderd jij hebt geschilderd hij heeft geschilderd wij hebben geschilderd jullie hebben geschilderd zij hebben geschilderd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schilderde jij schilderde hij schilderde wij schilderden jullie schilderden zij schilderden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geschilderd jij had geschilderd hij had geschilderd wij hadden geschilderd jullie hadden geschilderd zij hadden geschilderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal schilderen jij zult schilderen hij zal schilderen wij zullen schilderen jullie zullen schilderen zij zullen schilderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geschilderd hebben jij zult geschilderd hebben hij zal geschilderd hebben wij zullen geschilderd hebben jullie zullen geschilderd hebben zij zullen geschilderd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou schilderen jij zou schilderen hij zou schilderen wij zouden schilderen jullie zouden schilderen zij zouden schilderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geschilderd hebben jij zou geschilderd hebben hij zou geschilderd hebben wij zouden geschilderd hebben jullie zouden geschilderd hebben zij zouden geschilderd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schilder
|