NL: schetsenSynoniemen: aangeven, afbeelden, beschrijven, karakteriseren, ontwerpen, tekenen, traceren, uitbeelden, omschrijven, afschilderen, uitstippelen
DE: schetsen (beschrijven): beschreiben, umschreiben, darstellen, skizzieren, abbilden, entwerfen, schildern
EN: schetsen (beschrijven): describe, sketch, outline
ES: schetsen (beschrijven): describir, definir, detallar, explicar, escribir en, hacer un boceto
FR: schetsen (beschrijven): décrire, écrire, croquer, esquisser, ébaucher, dépeindre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geschetst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schets jij schetst hij schetst wij schetsen jullie schetsen zij schetsen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geschetst jij hebt geschetst hij heeft geschetst wij hebben geschetst jullie hebben geschetst zij hebben geschetst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schetste jij schetste hij schetste wij schetsten jullie schetsten zij schetsten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geschetst jij had geschetst hij had geschetst wij hadden geschetst jullie hadden geschetst zij hadden geschetst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal schetsen jij zult schetsen hij zal schetsen wij zullen schetsen jullie zullen schetsen zij zullen schetsen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geschetst hebben jij zult geschetst hebben hij zal geschetst hebben wij zullen geschetst hebben jullie zullen geschetst hebben zij zullen geschetst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou schetsen jij zou schetsen hij zou schetsen wij zouden schetsen jullie zouden schetsen zij zouden schetsen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geschetst hebben jij zou geschetst hebben hij zou geschetst hebben wij zouden geschetst hebben jullie zouden geschetst hebben zij zouden geschetst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schets
|