NL: schertsenSynoniemen: dollen, spotten, lolletjes, grapjes, grappen, gekscheren
DE: schertsen (malligheid uithalen): spaßen, scherzen, herumtollen
EN: schertsen (malligheid uithalen): joke, play a joke, commit foolery, jape, do something silly, banter, make fun of, poke fun at, jest, play a trick
ES: schertsen (malligheid uithalen): burlar, hacer bromas, bromear, burlarse, chancear, hacer el tonto, burlarse de, gastarle una broma a una
FR: schertsen (malligheid uithalen): blaguer, badiner, batifoler, folâtrer, faire le fou, jouer un tour à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geschertst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik scherts jij schertst hij schertst wij schertsen jullie schertsen zij schertsen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geschertst jij hebt geschertst hij heeft geschertst wij hebben geschertst jullie hebben geschertst zij hebben geschertst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schertste jij schertste hij schertste wij schertsten jullie schertsten zij schertsten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geschertst jij had geschertst hij had geschertst wij hadden geschertst jullie hadden geschertst zij hadden geschertst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal schertsen jij zult schertsen hij zal schertsen wij zullen schertsen jullie zullen schertsen zij zullen schertsen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geschertst hebben jij zult geschertst hebben hij zal geschertst hebben wij zullen geschertst hebben jullie zullen geschertst hebben zij zullen geschertst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou schertsen jij zou schertsen hij zou schertsen wij zouden schertsen jullie zouden schertsen zij zouden schertsen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geschertst hebben jij zou geschertst hebben hij zou geschertst hebben wij zouden geschertst hebben jullie zouden geschertst hebben zij zouden geschertst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
scherts
|