NL: schermenSynoniemen: pronken, zwaaien
DE: fechten
EN: fence
ES: practicar la esgrima, esgrimir
FR: cloisonner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geschermd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik scherm jij schermt hij schermt wij schermen jullie schermen zij schermen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geschermd jij hebt geschermd hij heeft geschermd wij hebben geschermd jullie hebben geschermd zij hebben geschermd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schermde jij schermde hij schermde wij schermden jullie schermden zij schermden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geschermd jij had geschermd hij had geschermd wij hadden geschermd jullie hadden geschermd zij hadden geschermd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal schermen jij zult schermen hij zal schermen wij zullen schermen jullie zullen schermen zij zullen schermen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geschermd hebben jij zult geschermd hebben hij zal geschermd hebben wij zullen geschermd hebben jullie zullen geschermd hebben zij zullen geschermd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou schermen jij zou schermen hij zou schermen wij zouden schermen jullie zouden schermen zij zouden schermen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geschermd hebben jij zou geschermd hebben hij zou geschermd hebben wij zouden geschermd hebben jullie zouden geschermd hebben zij zouden geschermd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
scherm
|