Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

schenken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: schenken

NL: schenken
Synoniemen: schenken, cadeau geven, cadeau doen

DE: geben, weggeben, fortgeben, hingeben, verschenken
EN: grant, bestow, offer, give, give a present

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geschonken
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik schenk
jij schenkt
hij schenkt
wij schenken
jullie schenken
zij schenken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geschonken
jij hebt geschonken
hij heeft geschonken
wij hebben geschonken
jullie hebben geschonken
zij hebben geschonken
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik schonk
jij schonk
hij schonk
wij schonken
jullie schonken
zij schonken
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geschonken
jij had geschonken
hij had geschonken
wij hadden geschonken
jullie hadden geschonken
zij hadden geschonken
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal schenken
jij zult schenken
hij zal schenken
wij zullen schenken
jullie zullen schenken
zij zullen schenken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geschonken hebben
jij zult geschonken hebben
hij zal geschonken hebben
wij zullen geschonken hebben
jullie zullen geschonken hebben
zij zullen geschonken hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou schenken
jij zou schenken
hij zou schenken
wij zouden schenken
jullie zouden schenken
zij zouden schenken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geschonken hebben
jij zou geschonken hebben
hij zou geschonken hebben
wij zouden geschonken hebben
jullie zouden geschonken hebben
zij zouden geschonken hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
schenk


DE: schenken
Synoniemen: geben, weggeben, fortgeben, hingeben, verschenken

NL: schenken, cadeau geven, cadeau doen
EN: grant, bestow, offer, give, give a present
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
geschenkt
schenkend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich schenke
du schenkst
er schenkt
wir schenken
ihr schenkt
sie; Sie schenken
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe geschenkt
du hast geschenkt
er hat geschenkt
wir haben geschenkt
ihr habt geschenkt
sie; Sie haben geschenkt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich schenkte
du schenktest
er schenkte
wir schenkten
ihr schenktet
sie; Sie schenkten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte geschenkt
du hattest geschenkt
er hatte geschenkt
wir hatten geschenkt
ihr hattet geschenkt
sie; Sie hatten geschenkt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde schenken
du wirst schenken
er wird schenken
wir werden schenken
ihr werdet schenken
sie; Sie werden schenken
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde geschenkt haben
du wirst geschenkt haben
er wird geschenkt haben
wir werden geschenkt haben
ihr werdet geschenkt haben
sie; Sie werden geschenkt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich schenke
du schenkest
er schenke
wir schenken
ihr schenket
sie; Sie schenken
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe geschenkt
du habest geschenkt
er habe geschenkt
wir haben geschenkt
ihr habet geschenkt
sie; Sie haben geschenkt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich schenkte
du schenktest
er schenkte
wir schenkten
ihr schenktet
sie; Sie schenkten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte geschenkt
du hättest geschenkt
er hätte geschenkt
wir hätten geschenkt
ihr hättet geschenkt
sie; Sie hätten geschenkt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde schenken
du würdest schenken
er würde schenken
wir würden schenken
ihr würdet schenken
sie; Sie würden schenken
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde geschenkt haben
du würdest geschenkt haben
er würde geschenkt haben
wir würden geschenkt haben
ihr würdet geschenkt haben
sie; Sie würden geschenkt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du schenke

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/schenken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English