Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

schemeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: schemeren
Synoniemen: donkeren, doorschemeren, schemerlicht, schemering, schemerdonker, schemer, halfdonker, deemstering

EN: schemeren (avond worden): become dusk
FR: schemeren (avond worden): commencer à se faire nuit

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geschemerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik schemer
jij schemert
hij schemert
wij schemeren
jullie schemeren
zij schemeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geschemerd
jij hebt geschemerd
hij heeft geschemerd
wij hebben geschemerd
jullie hebben geschemerd
zij hebben geschemerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik schemerde
jij schemerde
hij schemerde
wij schemerden
jullie schemerden
zij schemerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geschemerd
jij had geschemerd
hij had geschemerd
wij hadden geschemerd
jullie hadden geschemerd
zij hadden geschemerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal schemeren
jij zult schemeren
hij zal schemeren
wij zullen schemeren
jullie zullen schemeren
zij zullen schemeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geschemerd hebben
jij zult geschemerd hebben
hij zal geschemerd hebben
wij zullen geschemerd hebben
jullie zullen geschemerd hebben
zij zullen geschemerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou schemeren
jij zou schemeren
hij zou schemeren
wij zouden schemeren
jullie zouden schemeren
zij zouden schemeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geschemerd hebben
jij zou geschemerd hebben
hij zou geschemerd hebben
wij zouden geschemerd hebben
jullie zouden geschemerd hebben
zij zouden geschemerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
schemer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/schemeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English