NL: schattenSynoniemen: aanslaan, beramen, berekenen, beschouwen, inschatten, ramen, taxeren, liefjes, bepalen, afwegen, schattebouten, schatjes, beoordelen, begroten, geringschatten
DE: schätzen, taxieren
EN: estimate, assess, calculate
ES: estimar, tasar, comprobar, valorar, calcular
FR: estimer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geschat
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schat jij schat hij schat wij schatten jullie schatten zij schatten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geschat jij hebt geschat hij heeft geschat wij hebben geschat jullie hebben geschat zij hebben geschat
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schatte jij schatte hij schatte wij schatten jullie schatten zij schatten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geschat jij had geschat hij had geschat wij hadden geschat jullie hadden geschat zij hadden geschat
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal schatten jij zult schatten hij zal schatten wij zullen schatten jullie zullen schatten zij zullen schatten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geschat hebben jij zult geschat hebben hij zal geschat hebben wij zullen geschat hebben jullie zullen geschat hebben zij zullen geschat hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou schatten jij zou schatten hij zou schatten wij zouden schatten jullie zouden schatten zij zouden schatten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geschat hebben jij zou geschat hebben hij zou geschat hebben wij zouden geschat hebben jullie zouden geschat hebben zij zouden geschat hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schat
|