NL: schandmerkenSynoniemen: schandvlekken
EN: stigmatize, stigmify
ES: estigmatizar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geschandmerkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schandmerk jij schandmerkt hij schandmerkt wij schandmerken jullie schandmerken zij schandmerken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geschandmerkt jij hebt geschandmerkt hij heeft geschandmerkt wij hebben geschandmerkt jullie hebben geschandmerkt zij hebben geschandmerkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schandmerkte jij schandmerkte hij schandmerkte wij schandmerkten jullie schandmerkten zij schandmerkten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geschandmerkt jij had geschandmerkt hij had geschandmerkt wij hadden geschandmerkt jullie hadden geschandmerkt zij hadden geschandmerkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal schandmerken jij zult schandmerken hij zal schandmerken wij zullen schandmerken jullie zullen schandmerken zij zullen schandmerken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geschandmerkt hebben jij zult geschandmerkt hebben hij zal geschandmerkt hebben wij zullen geschandmerkt hebben jullie zullen geschandmerkt hebben zij zullen geschandmerkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou schandmerken jij zou schandmerken hij zou schandmerken wij zouden schandmerken jullie zouden schandmerken zij zouden schandmerken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geschandmerkt hebben jij zou geschandmerkt hebben hij zou geschandmerkt hebben wij zouden geschandmerkt hebben jullie zouden geschandmerkt hebben zij zouden geschandmerkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schandmerk
|