NL: schakenSynoniemen: ontvoeren, schaakspelen
DE: entführen
EN: abduct
ES: raptar
FR: ravir, enlever, kidnapper
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geschaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schaak jij schaakt hij schaakt wij schaken jullie schaken zij schaken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geschaakt jij hebt geschaakt hij heeft geschaakt wij hebben geschaakt jullie hebben geschaakt zij hebben geschaakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schaakte jij schaakte hij schaakte wij schaakten jullie schaakten zij schaakten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geschaakt jij had geschaakt hij had geschaakt wij hadden geschaakt jullie hadden geschaakt zij hadden geschaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal schaken jij zult schaken hij zal schaken wij zullen schaken jullie zullen schaken zij zullen schaken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geschaakt hebben jij zult geschaakt hebben hij zal geschaakt hebben wij zullen geschaakt hebben jullie zullen geschaakt hebben zij zullen geschaakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou schaken jij zou schaken hij zou schaken wij zouden schaken jullie zouden schaken zij zouden schaken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geschaakt hebben jij zou geschaakt hebben hij zou geschaakt hebben wij zouden geschaakt hebben jullie zouden geschaakt hebben zij zouden geschaakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schaak
|