Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

schaden vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: schaden

NL: schaden
Synoniemen: kwaad kunnen

DE: Abbruch, Nachteil, Verlust, Fehler, Mangel, Defekt, Makel, Manko, Minus, Schwäche, Unzulänglichkeit, Schädigung, Beschädigung, Blechschaden, Feuerschaden, Havarie, Sachschaden, Schadstelle, Wasserschaden, benachteiligen, diskriminieren, schädigen, Sc
FR: le détriment, le dommage

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geschaad
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik schaad
jij schaadt
hij schaadt
wij schaden
jullie schaden
zij schaden
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geschaad
jij hebt geschaad
hij heeft geschaad
wij hebben geschaad
jullie hebben geschaad
zij hebben geschaad
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik schaadde
jij schaadde
hij schaadde
wij schaadden
jullie schaadden
zij schaadden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geschaad
jij had geschaad
hij had geschaad
wij hadden geschaad
jullie hadden geschaad
zij hadden geschaad
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal schaden
jij zult schaden
hij zal schaden
wij zullen schaden
jullie zullen schaden
zij zullen schaden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geschaad hebben
jij zult geschaad hebben
hij zal geschaad hebben
wij zullen geschaad hebben
jullie zullen geschaad hebben
zij zullen geschaad hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou schaden
jij zou schaden
hij zou schaden
wij zouden schaden
jullie zouden schaden
zij zouden schaden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geschaad hebben
jij zou geschaad hebben
hij zou geschaad hebben
wij zouden geschaad hebben
jullie zouden geschaad hebben
zij zouden geschaad hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
schaad


DE: schaden
Synoniemen: Abbruch, Nachteil, Verlust, Fehler, Mangel, Defekt, Makel, Manko, Minus, Schwäche, Unzulänglichkeit, Schädigung, Beschädigung, Blechschaden, Feuerschaden, Havarie, Sachschaden, Schadstelle, Wasserschaden, benachteiligen, diskriminieren, schädigen, Sc

NL: kwaad kunnen
FR: le détriment, le dommage
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
geschadet
schadend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich schade
du schadest
er schadet
wir schaden
ihr schadet
sie; Sie schaden
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe geschadet
du hast geschadet
er hat geschadet
wir haben geschadet
ihr habt geschadet
sie; Sie haben geschadet
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich schadete
du schadetest
er schadete
wir schadeten
ihr schadetet
sie; Sie schadeten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte geschadet
du hattest geschadet
er hatte geschadet
wir hatten geschadet
ihr hattet geschadet
sie; Sie hatten geschadet
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde schaden
du wirst schaden
er wird schaden
wir werden schaden
ihr werdet schaden
sie; Sie werden schaden
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde geschadet haben
du wirst geschadet haben
er wird geschadet haben
wir werden geschadet haben
ihr werdet geschadet haben
sie; Sie werden geschadet haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich schade
du schadest
er schade
wir schaden
ihr schadet
sie; Sie schaden
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe geschadet
du habest geschadet
er habe geschadet
wir haben geschadet
ihr habet geschadet
sie; Sie haben geschadet
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich schadete
du schadetest
er schadete
wir schadeten
ihr schadetet
sie; Sie schadeten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte geschadet
du hättest geschadet
er hätte geschadet
wir hätten geschadet
ihr hättet geschadet
sie; Sie hätten geschadet
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde schaden
du würdest schaden
er würde schaden
wir würden schaden
ihr würdet schaden
sie; Sie würden schaden
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde geschadet haben
du würdest geschadet haben
er würde geschadet haben
wir würden geschadet haben
ihr würdet geschadet haben
sie; Sie würden geschadet haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du schade

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/schaden

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English