NL: scanderenDE: skandieren
EN: chant
FR: scander
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gescandeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik scandeer jij scandeert hij scandeert wij scanderen jullie scanderen zij scanderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gescandeerd jij hebt gescandeerd hij heeft gescandeerd wij hebben gescandeerd jullie hebben gescandeerd zij hebben gescandeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik scandeerde jij scandeerde hij scandeerde wij scandeerden jullie scandeerden zij scandeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gescandeerd jij had gescandeerd hij had gescandeerd wij hadden gescandeerd jullie hadden gescandeerd zij hadden gescandeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal scanderen jij zult scanderen hij zal scanderen wij zullen scanderen jullie zullen scanderen zij zullen scanderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gescandeerd hebben jij zult gescandeerd hebben hij zal gescandeerd hebben wij zullen gescandeerd hebben jullie zullen gescandeerd hebben zij zullen gescandeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou scanderen jij zou scanderen hij zou scanderen wij zouden scanderen jullie zouden scanderen zij zouden scanderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gescandeerd hebben jij zou gescandeerd hebben hij zou gescandeerd hebben wij zouden gescandeerd hebben jullie zouden gescandeerd hebben zij zouden gescandeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
scandeer
|