Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

samenkleven vervoegen




NL: samenkleven

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
samengekleefd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik kleef samen
jij kleeft samen
hij kleeft samen
wij kleven samen
jullie kleven samen
zij kleven samen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb samengekleefd
jij hebt samengekleefd
hij heeft samengekleefd
wij hebben samengekleefd
jullie hebben samengekleefd
zij hebben samengekleefd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik kleefde samen
jij kleefde samen
hij kleefde samen
wij kleefden samen
jullie kleefden samen
zij kleefden samen
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had samengekleefd
jij had samengekleefd
hij had samengekleefd
wij hadden samengekleefd
jullie hadden samengekleefd
zij hadden samengekleefd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal samenkleven
jij zult samenkleven
hij zal samenkleven
wij zullen samenkleven
jullie zullen samenkleven
zij zullen samenkleven
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal samengekleefd hebben
jij zult samengekleefd hebben
hij zal samengekleefd hebben
wij zullen samengekleefd hebben
jullie zullen samengekleefd hebben
zij zullen samengekleefd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou samenkleven
jij zou samenkleven
hij zou samenkleven
wij zouden samenkleven
jullie zouden samenkleven
zij zouden samenkleven
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou samengekleefd hebben
jij zou samengekleefd hebben
hij zou samengekleefd hebben
wij zouden samengekleefd hebben
jullie zouden samengekleefd hebben
zij zouden samengekleefd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
kleef samen

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/samenkleven

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald