NL: samendrukkenSynoniemen: samenpersen, comprimeren
FR: samendrukken (samenpersen): serrer, compresser, comprimer, condenser, presser
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
samengedrukt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik druk samen jij drukt samen hij drukt samen wij drukken samen jullie drukken samen zij drukken samen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb samengedrukt jij hebt samengedrukt hij heeft samengedrukt wij hebben samengedrukt jullie hebben samengedrukt zij hebben samengedrukt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik drukte samen jij drukte samen hij drukte samen wij drukten samen jullie drukten samen zij drukten samen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had samengedrukt jij had samengedrukt hij had samengedrukt wij hadden samengedrukt jullie hadden samengedrukt zij hadden samengedrukt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal samendrukken jij zult samendrukken hij zal samendrukken wij zullen samendrukken jullie zullen samendrukken zij zullen samendrukken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal samengedrukt hebben jij zult samengedrukt hebben hij zal samengedrukt hebben wij zullen samengedrukt hebben jullie zullen samengedrukt hebben zij zullen samengedrukt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou samendrukken jij zou samendrukken hij zou samendrukken wij zouden samendrukken jullie zouden samendrukken zij zouden samendrukken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou samengedrukt hebben jij zou samengedrukt hebben hij zou samengedrukt hebben wij zouden samengedrukt hebben jullie zouden samengedrukt hebben zij zouden samengedrukt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
druk samen
|