NL: samenbrengenSynoniemen: bijeenbrengen, concentreren
DE: konzentrieren, bei einander bringen, zusammenbringen
EN: assemble, unite, bring together, join
ES: juntar, reunir
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
samengebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik breng samen jij brengt samen hij brengt samen wij brengen samen jullie brengen samen zij brengen samen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb samengebracht jij hebt samengebracht hij heeft samengebracht wij hebben samengebracht jullie hebben samengebracht zij hebben samengebracht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bracht samen jij bracht samen hij bracht samen wij brachten samen jullie brachten samen zij brachten samen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had samengebracht jij had samengebracht hij had samengebracht wij hadden samengebracht jullie hadden samengebracht zij hadden samengebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal samenbrengen jij zult samenbrengen hij zal samenbrengen wij zullen samenbrengen jullie zullen samenbrengen zij zullen samenbrengen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal samengebracht hebben jij zult samengebracht hebben hij zal samengebracht hebben wij zullen samengebracht hebben jullie zullen samengebracht hebben zij zullen samengebracht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou samenbrengen jij zou samenbrengen hij zou samenbrengen wij zouden samenbrengen jullie zouden samenbrengen zij zouden samenbrengen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou samengebracht hebben jij zou samengebracht hebben hij zou samengebracht hebben wij zouden samengebracht hebben jullie zouden samengebracht hebben zij zouden samengebracht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
breng samen
|