NL: saluerenSynoniemen: gegroet, groeten
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesalueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik salueer jij salueert hij salueert wij salueren jullie salueren zij salueren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesalueerd jij hebt gesalueerd hij heeft gesalueerd wij hebben gesalueerd jullie hebben gesalueerd zij hebben gesalueerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik salueerde jij salueerde hij salueerde wij salueerden jullie salueerden zij salueerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesalueerd jij had gesalueerd hij had gesalueerd wij hadden gesalueerd jullie hadden gesalueerd zij hadden gesalueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal salueren jij zult salueren hij zal salueren wij zullen salueren jullie zullen salueren zij zullen salueren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesalueerd hebben jij zult gesalueerd hebben hij zal gesalueerd hebben wij zullen gesalueerd hebben jullie zullen gesalueerd hebben zij zullen gesalueerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou salueren jij zou salueren hij zou salueren wij zouden salueren jullie zouden salueren zij zouden salueren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesalueerd hebben jij zou gesalueerd hebben hij zou gesalueerd hebben wij zouden gesalueerd hebben jullie zouden gesalueerd hebben zij zouden gesalueerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
salueer
|