| Vervoegen: saboteren |
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
| gesaboteerd |
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
| ik saboteer jij saboteert hij saboteert wij saboteren jullie saboteren zij saboteren |
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
| ik heb gesaboteerd jij hebt gesaboteerd hij heeft gesaboteerd wij hebben gesaboteerd jullie hebben gesaboteerd zij hebben gesaboteerd |
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
| ik saboteerde jij saboteerde hij saboteerde wij saboteerden jullie saboteerden zij saboteerden |
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
| ik had gesaboteerd jij had gesaboteerd hij had gesaboteerd wij hadden gesaboteerd jullie hadden gesaboteerd zij hadden gesaboteerd |
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
| ik zal saboteren jij zult saboteren hij zal saboteren wij zullen saboteren jullie zullen saboteren zij zullen saboteren |
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
| ik zal gesaboteerd hebben jij zult gesaboteerd hebben hij zal gesaboteerd hebben wij zullen gesaboteerd hebben jullie zullen gesaboteerd hebben zij zullen gesaboteerd hebben |
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
| ik zou saboteren jij zou saboteren hij zou saboteren wij zouden saboteren jullie zouden saboteren zij zouden saboteren |
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
| ik zou gesaboteerd hebben jij zou gesaboteerd hebben hij zou gesaboteerd hebben wij zouden gesaboteerd hebben jullie zouden gesaboteerd hebben zij zouden gesaboteerd hebben |
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
| saboteer |