Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

sabbelen vervoegen




NL: sabbelen
Synoniemen: lurken, zabbelen, zuigen

EN: sabbelen (lurken): suck
FR: sabbelen (lurken): sucer, téter, suçoter

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gesabbeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik sabbel
jij sabbelt
hij sabbelt
wij sabbelen
jullie sabbelen
zij sabbelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gesabbeld
jij hebt gesabbeld
hij heeft gesabbeld
wij hebben gesabbeld
jullie hebben gesabbeld
zij hebben gesabbeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik sabbelde
jij sabbelde
hij sabbelde
wij sabbelden
jullie sabbelden
zij sabbelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gesabbeld
jij had gesabbeld
hij had gesabbeld
wij hadden gesabbeld
jullie hadden gesabbeld
zij hadden gesabbeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal sabbelen
jij zult sabbelen
hij zal sabbelen
wij zullen sabbelen
jullie zullen sabbelen
zij zullen sabbelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gesabbeld hebben
jij zult gesabbeld hebben
hij zal gesabbeld hebben
wij zullen gesabbeld hebben
jullie zullen gesabbeld hebben
zij zullen gesabbeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou sabbelen
jij zou sabbelen
hij zou sabbelen
wij zouden sabbelen
jullie zouden sabbelen
zij zouden sabbelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gesabbeld hebben
jij zou gesabbeld hebben
hij zou gesabbeld hebben
wij zouden gesabbeld hebben
jullie zouden gesabbeld hebben
zij zouden gesabbeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
sabbel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/sabbelen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald