NL: ruziënSynoniemen: twisten, krakelen, kijven, kiften
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geruzied
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ruzie jij ruziet hij ruziet wij ruziën jullie ruziën zij ruziën
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geruzied jij hebt geruzied hij heeft geruzied wij hebben geruzied jullie hebben geruzied zij hebben geruzied
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ruziede jij ruziede hij ruziede wij ruzieden jullie ruzieden zij ruzieden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geruzied jij had geruzied hij had geruzied wij hadden geruzied jullie hadden geruzied zij hadden geruzied
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ruziën jij zult ruziën hij zal ruziën wij zullen ruziën jullie zullen ruziën zij zullen ruziën
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geruzied hebben jij zult geruzied hebben hij zal geruzied hebben wij zullen geruzied hebben jullie zullen geruzied hebben zij zullen geruzied hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ruziën jij zou ruziën hij zou ruziën wij zouden ruziën jullie zouden ruziën zij zouden ruziën
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geruzied hebben jij zou geruzied hebben hij zou geruzied hebben wij zouden geruzied hebben jullie zouden geruzied hebben zij zouden geruzied hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ruzie
|