NL: ruienSynoniemen: verharen
EN: ruien (verharen): moult, be in moult
FR: ruien (verharen): changer de poil, perdre ses poils
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geruid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik rui jij ruit hij ruit wij ruien jullie ruien zij ruien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geruid jij hebt geruid hij heeft geruid wij hebben geruid jullie hebben geruid zij hebben geruid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ruide jij ruide hij ruide wij ruiden jullie ruiden zij ruiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geruid jij had geruid hij had geruid wij hadden geruid jullie hadden geruid zij hadden geruid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ruien jij zult ruien hij zal ruien wij zullen ruien jullie zullen ruien zij zullen ruien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geruid hebben jij zult geruid hebben hij zal geruid hebben wij zullen geruid hebben jullie zullen geruid hebben zij zullen geruid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ruien jij zou ruien hij zou ruien wij zouden ruien jullie zouden ruien zij zouden ruien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geruid hebben jij zou geruid hebben hij zou geruid hebben wij zouden geruid hebben jullie zouden geruid hebben zij zouden geruid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
rui
|