NL: royerenSynoniemen: diskwalificeren, uitsluiten
DE: royeren (diskwalificeren): disqualifizieren, ausschließen, löschen, tilgen, aussperren
EN: royeren (diskwalificeren): expel, disqualify
ES: royeren (diskwalificeren): borrar, eliminar, descartar, dar de baja, descalificar
FR: royeren (diskwalificeren): exclure, disqualifier, rayer, radier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geroyeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik royeer jij royeert hij royeert wij royeren jullie royeren zij royeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geroyeerd jij hebt geroyeerd hij heeft geroyeerd wij hebben geroyeerd jullie hebben geroyeerd zij hebben geroyeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik royeerde jij royeerde hij royeerde wij royeerden jullie royeerden zij royeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geroyeerd jij had geroyeerd hij had geroyeerd wij hadden geroyeerd jullie hadden geroyeerd zij hadden geroyeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal royeren jij zult royeren hij zal royeren wij zullen royeren jullie zullen royeren zij zullen royeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geroyeerd hebben jij zult geroyeerd hebben hij zal geroyeerd hebben wij zullen geroyeerd hebben jullie zullen geroyeerd hebben zij zullen geroyeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou royeren jij zou royeren hij zou royeren wij zouden royeren jullie zouden royeren zij zouden royeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geroyeerd hebben jij zou geroyeerd hebben hij zou geroyeerd hebben wij zouden geroyeerd hebben jullie zouden geroyeerd hebben zij zouden geroyeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
royeer
|