NL: roterenSynoniemen: wentelen, ronddraaien, rollen, kantelen, draaien
DE: roteren (wentelen): rollen, rotieren, herumwirbeln, drehen, umwenden, herumdrehen, sich drehen, sich wälzen, kehren, umkehren, sich herum drehen, kugeln, verdrehen, umdrehen, herumschwenken
EN: roteren (wentelen): roll, rotate, whirl, revolve, twist, swing around, turn
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geroteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik roteer jij roteert hij roteert wij roteren jullie roteren zij roteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geroteerd jij hebt geroteerd hij heeft geroteerd wij hebben geroteerd jullie hebben geroteerd zij hebben geroteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik roteerde jij roteerde hij roteerde wij roteerden jullie roteerden zij roteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geroteerd jij had geroteerd hij had geroteerd wij hadden geroteerd jullie hadden geroteerd zij hadden geroteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal roteren jij zult roteren hij zal roteren wij zullen roteren jullie zullen roteren zij zullen roteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geroteerd hebben jij zult geroteerd hebben hij zal geroteerd hebben wij zullen geroteerd hebben jullie zullen geroteerd hebben zij zullen geroteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou roteren jij zou roteren hij zou roteren wij zouden roteren jullie zouden roteren zij zouden roteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geroteerd hebben jij zou geroteerd hebben hij zou geroteerd hebben wij zouden geroteerd hebben jullie zouden geroteerd hebben zij zouden geroteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
roteer
|