NL: roosterenSynoniemen: barbecuen, grillen, toast maken, verschroeien, grilleren
DE: roosteren (barbecuen): grillen
EN: roosteren (barbecuen): barbecue
ES: roosteren (barbecuen): asar al aire
FR: roosteren (barbecuen): griller, griller au barbecue, rôtir, frire, poêler, faire cuire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geroosterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik rooster jij roostert hij roostert wij roosteren jullie roosteren zij roosteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geroosterd jij hebt geroosterd hij heeft geroosterd wij hebben geroosterd jullie hebben geroosterd zij hebben geroosterd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik roosterde jij roosterde hij roosterde wij roosterden jullie roosterden zij roosterden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geroosterd jij had geroosterd hij had geroosterd wij hadden geroosterd jullie hadden geroosterd zij hadden geroosterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal roosteren jij zult roosteren hij zal roosteren wij zullen roosteren jullie zullen roosteren zij zullen roosteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geroosterd hebben jij zult geroosterd hebben hij zal geroosterd hebben wij zullen geroosterd hebben jullie zullen geroosterd hebben zij zullen geroosterd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou roosteren jij zou roosteren hij zou roosteren wij zouden roosteren jullie zouden roosteren zij zouden roosteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geroosterd hebben jij zou geroosterd hebben hij zou geroosterd hebben wij zouden geroosterd hebben jullie zouden geroosterd hebben zij zouden geroosterd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
rooster
|