NL: rondstrooienSynoniemen: rondvertellen, uitzaaien, uitzenden, verbreiden, verdeler, verspreiden, verbreider
DE: verteilen, streuen, ausstreichen, ausreiben, ausstreuen, aussäen
EN: spread, disperse, cast around, scatter, sprinkle, sow, strew about, toss about
ES: esparcir, pregonar, sembrar a voleo
FR: diffuser, répandre, épandre, éparpiller, disperser, propager, étendre, étaler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
rondgestrooid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik strooi rond jij strooit rond hij strooit rond wij strooien rond jullie strooien rond zij strooien rond
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb rondgestrooid jij hebt rondgestrooid hij heeft rondgestrooid wij hebben rondgestrooid jullie hebben rondgestrooid zij hebben rondgestrooid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik strooide rond jij strooide rond hij strooide rond wij strooiden rond jullie strooiden rond zij strooiden rond
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had rondgestrooid jij had rondgestrooid hij had rondgestrooid wij hadden rondgestrooid jullie hadden rondgestrooid zij hadden rondgestrooid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal rondstrooien jij zult rondstrooien hij zal rondstrooien wij zullen rondstrooien jullie zullen rondstrooien zij zullen rondstrooien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal rondgestrooid hebben jij zult rondgestrooid hebben hij zal rondgestrooid hebben wij zullen rondgestrooid hebben jullie zullen rondgestrooid hebben zij zullen rondgestrooid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou rondstrooien jij zou rondstrooien hij zou rondstrooien wij zouden rondstrooien jullie zouden rondstrooien zij zouden rondstrooien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou rondgestrooid hebben jij zou rondgestrooid hebben hij zou rondgestrooid hebben wij zouden rondgestrooid hebben jullie zouden rondgestrooid hebben zij zouden rondgestrooid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
strooi rond
|