NL: rondsnuffelenSynoniemen: struinen, rondscharrelen, rondneuzen, rondkijken
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
rondgesnuffeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik snuffel rond jij snuffelt rond hij snuffelt rond wij snuffelen rond jullie snuffelen rond zij snuffelen rond
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb rondgesnuffeld jij hebt rondgesnuffeld hij heeft rondgesnuffeld wij hebben rondgesnuffeld jullie hebben rondgesnuffeld zij hebben rondgesnuffeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik snuffelde rond jij snuffelde rond hij snuffelde rond wij snuffelden rond jullie snuffelden rond zij snuffelden rond
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had rondgesnuffeld jij had rondgesnuffeld hij had rondgesnuffeld wij hadden rondgesnuffeld jullie hadden rondgesnuffeld zij hadden rondgesnuffeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal rondsnuffelen jij zult rondsnuffelen hij zal rondsnuffelen wij zullen rondsnuffelen jullie zullen rondsnuffelen zij zullen rondsnuffelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal rondgesnuffeld hebben jij zult rondgesnuffeld hebben hij zal rondgesnuffeld hebben wij zullen rondgesnuffeld hebben jullie zullen rondgesnuffeld hebben zij zullen rondgesnuffeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou rondsnuffelen jij zou rondsnuffelen hij zou rondsnuffelen wij zouden rondsnuffelen jullie zouden rondsnuffelen zij zouden rondsnuffelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou rondgesnuffeld hebben jij zou rondgesnuffeld hebben hij zou rondgesnuffeld hebben wij zouden rondgesnuffeld hebben jullie zouden rondgesnuffeld hebben zij zouden rondgesnuffeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
snuffel rond
|