NL: rondkijkenSynoniemen: rondneuzen, rondzien, snuffelen, struinen, rondsnuffelen, rondscharrelen
DE: rondkijken (rondneuzen): herumschnüffeln, streifen, sich umsehen, streunen, schweifen, herumstreunen, herumstreifen, sich umschauen, umherschweifen, umherblicken
EN: rondkijken (rondneuzen): snoop, wander, nose about, look about, roam about, poke about, rove about, search about
ES: rondkijken (rondneuzen): mirar a su alrededor, fisgar, vagar, husmear, curiosear, vagabundear, vagabundear sin rumbo, recorrer con la mirada
FR: rondkijken (rondneuzen): regarder autour de soi, fureter, flairer çà et là, fouiner, chercher
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
rondgekeken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kijk rond jij kijkt rond hij kijkt rond wij kijken rond jullie kijken rond zij kijken rond
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb rondgekeken jij hebt rondgekeken hij heeft rondgekeken wij hebben rondgekeken jullie hebben rondgekeken zij hebben rondgekeken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik keek rond jij keek rond hij keek rond wij keken rond jullie keken rond zij keken rond
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had rondgekeken jij had rondgekeken hij had rondgekeken wij hadden rondgekeken jullie hadden rondgekeken zij hadden rondgekeken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal rondkijken jij zult rondkijken hij zal rondkijken wij zullen rondkijken jullie zullen rondkijken zij zullen rondkijken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal rondgekeken hebben jij zult rondgekeken hebben hij zal rondgekeken hebben wij zullen rondgekeken hebben jullie zullen rondgekeken hebben zij zullen rondgekeken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou rondkijken jij zou rondkijken hij zou rondkijken wij zouden rondkijken jullie zouden rondkijken zij zouden rondkijken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou rondgekeken hebben jij zou rondgekeken hebben hij zou rondgekeken hebben wij zouden rondgekeken hebben jullie zouden rondgekeken hebben zij zouden rondgekeken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kijk rond
|