NL: rondfladderenSynoniemen: dartelen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
rondgefladderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik fladder rond jij fladdert rond hij fladdert rond wij fladderen rond jullie fladderen rond zij fladderen rond
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb rondgefladderd jij hebt rondgefladderd hij heeft rondgefladderd wij hebben rondgefladderd jullie hebben rondgefladderd zij hebben rondgefladderd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik fladderde rond jij fladderde rond hij fladderde rond wij fladderden rond jullie fladderden rond zij fladderden rond
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had rondgefladderd jij had rondgefladderd hij had rondgefladderd wij hadden rondgefladderd jullie hadden rondgefladderd zij hadden rondgefladderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal rondfladderen jij zult rondfladderen hij zal rondfladderen wij zullen rondfladderen jullie zullen rondfladderen zij zullen rondfladderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal rondgefladderd hebben jij zult rondgefladderd hebben hij zal rondgefladderd hebben wij zullen rondgefladderd hebben jullie zullen rondgefladderd hebben zij zullen rondgefladderd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou rondfladderen jij zou rondfladderen hij zou rondfladderen wij zouden rondfladderen jullie zouden rondfladderen zij zouden rondfladderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou rondgefladderd hebben jij zou rondgefladderd hebben hij zou rondgefladderd hebben wij zouden rondgefladderd hebben jullie zouden rondgefladderd hebben zij zouden rondgefladderd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
fladder rond
|