NL: roestenSynoniemen: verroesten, inroesten
DE: roesten (door roest ingevreten worden): rosten, verrosten, einrosten
EN: roesten (door roest ingevreten worden): rust, roost
ES: roesten (door roest ingevreten worden): corroerse, oxidarse
FR: roesten (door roest ingevreten worden): rouiller, se rouiller
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geroest
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik roest jij roest hij roest wij roesten jullie roesten zij roesten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geroest jij hebt geroest hij heeft geroest wij hebben geroest jullie hebben geroest zij hebben geroest
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik roestte jij roestte hij roestte wij roestten jullie roestten zij roestten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geroest jij had geroest hij had geroest wij hadden geroest jullie hadden geroest zij hadden geroest
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal roesten jij zult roesten hij zal roesten wij zullen roesten jullie zullen roesten zij zullen roesten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geroest hebben jij zult geroest hebben hij zal geroest hebben wij zullen geroest hebben jullie zullen geroest hebben zij zullen geroest hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou roesten jij zou roesten hij zou roesten wij zouden roesten jullie zouden roesten zij zouden roesten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geroest hebben jij zou geroest hebben hij zou geroest hebben wij zouden geroest hebben jullie zouden geroest hebben zij zouden geroest hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
roest
|