NL: robbedoezenSynoniemen: stoeien, dartelen
DE: herumtollen, sich balgen
EN: romp
ES: corretear, juguetear, desfogarse
FR: batifoler, folâtrer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerobbedoesd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik robbedoes jij robbedoest hij robbedoest wij robbedoezen jullie robbedoezen zij robbedoezen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gerobbedoesd jij hebt gerobbedoesd hij heeft gerobbedoesd wij hebben gerobbedoesd jullie hebben gerobbedoesd zij hebben gerobbedoesd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik robbedoesde jij robbedoesde hij robbedoesde wij robbedoesden jullie robbedoesden zij robbedoesden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gerobbedoesd jij had gerobbedoesd hij had gerobbedoesd wij hadden gerobbedoesd jullie hadden gerobbedoesd zij hadden gerobbedoesd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal robbedoezen jij zult robbedoezen hij zal robbedoezen wij zullen robbedoezen jullie zullen robbedoezen zij zullen robbedoezen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerobbedoesd hebben jij zult gerobbedoesd hebben hij zal gerobbedoesd hebben wij zullen gerobbedoesd hebben jullie zullen gerobbedoesd hebben zij zullen gerobbedoesd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou robbedoezen jij zou robbedoezen hij zou robbedoezen wij zouden robbedoezen jullie zouden robbedoezen zij zouden robbedoezen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerobbedoesd hebben jij zou gerobbedoesd hebben hij zou gerobbedoesd hebben wij zouden gerobbedoesd hebben jullie zouden gerobbedoesd hebben zij zouden gerobbedoesd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
robbedoes
|