Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

rivaliseren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: rivaliseren
Synoniemen: concurreren

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gerivaliseerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik rivaliseer
jij rivaliseert
hij rivaliseert
wij rivaliseren
jullie rivaliseren
zij rivaliseren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gerivaliseerd
jij hebt gerivaliseerd
hij heeft gerivaliseerd
wij hebben gerivaliseerd
jullie hebben gerivaliseerd
zij hebben gerivaliseerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik rivaliseerde
jij rivaliseerde
hij rivaliseerde
wij rivaliseerden
jullie rivaliseerden
zij rivaliseerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gerivaliseerd
jij had gerivaliseerd
hij had gerivaliseerd
wij hadden gerivaliseerd
jullie hadden gerivaliseerd
zij hadden gerivaliseerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal rivaliseren
jij zult rivaliseren
hij zal rivaliseren
wij zullen rivaliseren
jullie zullen rivaliseren
zij zullen rivaliseren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gerivaliseerd hebben
jij zult gerivaliseerd hebben
hij zal gerivaliseerd hebben
wij zullen gerivaliseerd hebben
jullie zullen gerivaliseerd hebben
zij zullen gerivaliseerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou rivaliseren
jij zou rivaliseren
hij zou rivaliseren
wij zouden rivaliseren
jullie zouden rivaliseren
zij zouden rivaliseren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gerivaliseerd hebben
jij zou gerivaliseerd hebben
hij zou gerivaliseerd hebben
wij zouden gerivaliseerd hebben
jullie zouden gerivaliseerd hebben
zij zouden gerivaliseerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
rivaliseer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/rivaliseren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English